Bespiegelingen over het coronavirus

Door Sjef Willockx


19-06-20

Vandaag heeft het CBS de werkloosheidscijfers over mei gepubliceerd. In februari was de werkloze beroepsbevolking 274.000, in mei 330.000, dat is dus een toename van 56.000. Dat is een enorme stijging, maar toch vertelt dit maar een deel van het verhaal.

Wat nu volgt is een tamelijk ingewikkeld verhaal, maar het komt erop neer dat er, naast deze 56.000 zichtbare werklozen, ook nog eens 146.000 onzichtbare werklozen zijn. Deze mensen hadden niet allemaal een volle baan, maar dankzij corona zitten nu toch al 202.000 personen (56.000 + 146.000) zonder betaald werk.

Uitleg
Het CBS houdt o.a. bij, hoe groot de beroepsbevolking is. De beroepsbevolking bestaat uit alle personen die in Nederland wonen, die tussen 15 en 75 jaar oud zijn, en die ůf betaald werk hebben, ůf daar actief naar op zoek zijn.

In maart t/m mei van dit jaar (dus de eerste drie maanden van de coronacrisis) nam de beroepsbevolking af met 146.000 personen.

Mensen die werkloos worden, en een uitkering krijgen, blijven deel uitmaken van de beroepsbevolking. Maar wie werkloos wordt, geen uitkering krijgt, en niet actief naar werk blijft zoeken, valt weg uit de beroepsbevolking.

Dit lot treft bijv. de volgende categorieŽn:

       Werknemers die minder dan een half jaar gewerkt hadden (zij kunnen nl. geen WW-uitkering krijgen).

       Mensen met bijverdiensten, anders dan in loondienst: ook zij komen niet voor een WW-uitkering in aanmerking.

       Zzpíers, die niet aan de eisen voor de TOZO (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) voldeden, bijv. omdat ze minder dan 23,5 uur per week werkzaam waren in de eigen onderneming.

Deze mensen krijgen dus geen uitkering. En in de meeste gevallen weten ze dat ze, vanwege de coronacrisis, voorlopig ook niet op ander werk hoeven te rekenen. Zij gaan dus niet actief naar vervangend werk op zoek, en vallen daardoor weg uit de cijfers van de beroepsbevolking. Dit zijn  nu dus al totaal 146.000 personen.

Wie de cijfers van het cbs erop na wil zien, kan dat hier doen: https://opendata.cbs.nl/statline/?dl=38A9E#/CBS/nl/dataset/80590ned/table.

 

 

 

17-06-20

Een groep artsen en ethici heeft richtlijnen opgesteld voor het selecteren van patiŽnten voor opname op een IC. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor noodsituaties, als er zoveel patiŽnten zijn, dat artsen gedwongen worden om keuzes te maken op niet-medische gronden.

Eťn van de voorgestelde selectiecriteria is leeftijd: jongeren zouden dan voorrang krijgen op ouderen. Dat is leeftijdsdiscriminatie.

Het al dan niet opnemen van een patiŽnt op de IC is op de eerste plaats een medische keuze. Daarbij gaat het erom of de patiŽnt deze vorm van zorg werkelijk nodig heeft, ťn of de patiŽnt ook baat kan hebben bij die zorg.

Het invoeren van  aanvullende selectiecriteria is bedoeld, om keuzes mogelijk te maken op het moment dat er zich teveel patiŽnten aandienen, terwijl er geen medische criteria meer voorhanden zijn waarop een keuze kan worden bepaald.  Vanuit het gezichtspunt van de arts zijn de patiŽnten waaruit hij moet kiezen dan gelijk.

Artikel 1 van de Grondwet luidt as volgt: ďAllen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.Ē

Wanneer vanuit medisch perspectief gezien patiŽnten gelijk zijn, is onderscheid dus niet toegestaan: op geen enkele grond Ė ook niet op grond van leeftijd. Dan kan en mag een keuze alleen bepaald worden op basis van volstrekt willekeurige gronden zoals het lot, of de volgorde van binnenkomst.

Overigens is leeftijddiscriminatie in Nederland niet uitdrukkelijk bij wet verboden, behalve op de arbeidsmarkt. De politieke partij 50Plus heeft een wetsvoorstel ingediend om leeftijdsdiscriminatie op te nemen in het strafrecht, zie https://50pluspartij.nl/actueel/3859-leeftijdsdiscriminatie-strafbaar-initiatiefwet-50plus.

 

04-06-20

Technische briefing Kamer: RIVM-baas Jaap van Dissel neemt het woord

Volgens Van Dissel ervaart 98 procent van alle Nederlanders die besmet zijn met het coronavirus ďamper tot weinig klachten.Ē Slechts 1,5 procent van alle patiŽnten wordt in het ziekenhuis opgenomen, terwijl 0,35 procent op de intensive care behandeld moet worden.

(Deze cijfers kloppen ongeveer: volgens het onderzoek van bloedbank Sanquin was op 20 mei 5,5% van alle bloeddonoren in aanraking geweest met het virus. Doorvertaald naar de hele Nederlandse bevolking gaat het dan om 957.000 personen. Totaal aantal ziekenhuisopnamen op 20 mei was 11.627 = 1,2%. Totaal aantal opnamen op ICís per 20 mei ongeveer 2.800 = 0,3%.)

Van Dissel ďbenadrukt opnieuw dat meer dan de helft van de 5.977 overleden patiŽnten ouder is dan 83 jaar en dat bij 70 procent van de overleden patiŽnten sprake was van onderliggend medisch lijden.Ē (Citaten zijn van de website van nu.nl)

(Het getal van 5.977 overledenen is van 3 juni. De cumulatieve oversterfte op dat moment staat op ongeveer 9.000: dit is een betrouwbaardere schatting van het aantal slachtoffers van het virus.)

Hoe moeten we de woorden van Van Dissel anders uitleggen, dan als een poging om het belang van deze doden te bagatelliseren? Ze waren immers toch al binnenkort doodgegaan, omdat ze oud en zwak waren.

Dat dit kan gebeuren, in de Tweede Kamer der Staten-Generaal van Nederland, is verontrustend. Maar wat nog veel verontrustender is, is dat dit geen incident is. 

Cijfers hebben een belangrijke plaats in een moderne maatschappij, maar wie de berekening laat regeren, laat de menselijkheid achter zich.


31-05-20

Nu de beperkende maatregelen steeds verder worden versoepeld, zetten de GGDís in op meer testen, en meer bron- en contactonderzoek. Op de website van het RIVM staat (sinds 7 mei) de volgende tekst:

Bron- en contactonderzoek

ďDoor mensen breder te testen bij klachten, mensen die positief testen op COVID-19 te isoleren en hun contacten op te sporen, kunnen we de verspreiding van het nieuwe coronavirus beperken. Bij het contactonderzoek kijken GGD Ďs met wie de patiŽnt contact had in de periode dat de patiŽnt besmettelijk was en nog niet geÔsoleerd. Dat betekent dat alle  onbeschermde contacten vanaf twee dagen vůůr het ontstaan van de klachten totdat de patiŽnt in isolatie ging, worden opgespoord.ď

(Onderstrepingen door mij toegevoegd)

Wie dit zorgvuldig leest, ziet dat onder de kop ďBron- en contactonderzoekĒ feitelijk alleen gesproken wordt over contactonderzoek. Dit duidt op een serieuze tekortkoming in de maatregelen. Dit wordt waarschijnlijk ingegeven door capaciteitsproblemen bij de GGDís.

De termijn van twee dagen vůůr het ontstaan van de klachten is gekozen, omdat iemand die met het coronavirus is besmet mogelijk al in die periode anderen besmet kan hebben. Maar de incubatietijd*) van het virus is meestal 5 tot 7 dagen, soms oplopend tot 14 dagen. Als je dan maar twee dagen teruggaat in de tijd, kun je de BRON van de infectie niet opsporen. Je kunt op deze manier dus alleen opsporen aan wie het virus daarna eventueel is doorgegeven.

Als men ook de bron zou opsporen, zou men diens contacten ook weer kunnen uitzoeken. Bovendien leidt de bron ook naar de context van de besmetting. Dit kan bijv. een werksituatie zijn, of een bijeenkomst. Dat kan ook weer veel nuttige aanknopingspunten opleveren. 

Maar ja, daar moet je dan wel voldoende menskracht voor hebben. Blijkbaar hebben de GGDís die menskracht niet.

En dus neemt men halve maatregelen, in de hoop dat het genoeg is.

*) Incubatietijd: de tijd tussen besmetting en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen.



25-05-20

Dagelijks zijn er positieve berichten: minder doden, minder patiŽnten op de IC, en meer versoepelingen van de regels. Het lijkt alsof de epidemie (in Europa) aan het uitdoven is.

Misschien is dat ook zo, en komt er helemaal geen tweede golf: niemand die het weet. Maar stel nu eens, dat dit inderdaad (in Europa) het begin van het einde van de epidemie is. Dan zou de vraag op kunnen komen: waren al die beperkingen, met hun enorme economische schade, echt wel nodig? Er zijn tot nu toe zoín 5.800 officiŽle coronadoden. Als we kijken naar de oversterfte zoals het CBS die bijhoudt, dan zijn het er in totaal ongeveer 9.000. Dat is vergelijkbaar met de oversterfte tijdens de griepgolf van 2017-2018. Hadden we dan wel zo overdreven moeten reageren?

We kunnen uitrekenen wat er gebeurd zou zijn, als er geen beperkingen waren ingevoerd. Rutteís ďintelligente lockdownĒ is in fasen ingevoerd. De belangrijkste stap was waarschijnlijk 23 maart. Toen werd ingevoerd, dat er voortaan boetes zouden worden uitgedeeld bij overtreding van de voorschriften. Pas op dat moment werd het voor de meeste mensen serieus. Het daarop volgende weekend was het, ondanks het mooie weer, voor het eerst stil op de stranden.

Als er nieuwe beperkingen worden ingevoerd, duurt het minimaal 2 weken voordat daar in de ziekenhuizen effecten van te zien zijn. Dit komt door de incubatietijd (5 Ė 7 dagen) en doordat het daarna nog vaak een week duurt voor een patiŽnt zo ziek wordt dat opname in het ziekenhuis nodig is. Dit betekent dat we de ontwikkeling tot aan 6 april (14 dagen na 23 maart) kunnen beschouwen als grotendeels ongeremd. Als we willen weten wat er gebeurd zou zijn zonder maatregelen, moeten we de lijn van die ongeremde ontwikkeling doortrekken. Dit heb ik gedaan in een spreadsheet.

De meest verrassende uitkomst van het spreadsheet is, dat de ICís slechts ťťn week van een ramp vandaan zijn gebleven. De piek in opnamen op de ICís was op 7 april, met 1.424 patiŽnten. Bij ongeremde groei zouden dit er een week later ongeveer 3.500 geweest zijn. Zoveel IC-bedden waren er toen niet: men is onder de 3.000 gebleven. Dat betekent dat op dat moment patiŽnten die IC-zorg nodig hadden op gewone ziekenhuisbedden terecht gekomen zouden zijn, waar ze die zorg niet hadden kunnen krijgen. Dat zou tot een belangrijke versnelling van het aantal sterfgevallen hebben geleid. (In het spreadsheet is dat effect niet meegenomen.)

Drie weken later, begin mei, zou het aantal patiŽnten dat IC-zorg nodig zou hebben op 55.000 hebben gelegen. Het aantal doden zou dan inmiddels op 150.000 staan. Nog eens een week later zouden we de groepsimmuniteit bereikt hebben Ė ten koste van in totaal 372.000 doden, voornamelijk ouderen. (Wie de berekeningen wil controleren kan hier het spreadsheet vinden.)

Maar de economie zou gewoon doorgedraaid hebben.

Wie dat een acceptabele uitkomst zou hebben gevonden, zou goed hebben kunnen opschieten met Heinrich Himmler .


10-05-20

Het lijkt erop, dat politici, deskundigen en opiniemakers het niet aandurven om open kaart te spelen over de diepte van de economische ellende die op ons afkomt. We worden wollig in de watten gehouden.

Gisteren stond er een column in de krant van Sandra Phlippen, hoofd-econoom bij ABN-Amro, en docent aan de Erasmus Universiteit. Daarin waarschuwt zij in heel voorzichtige bewoordingen dat het heersende optimisme over economisch herstel ďniet realistischĒ is. Maar wat er dan concreet op ons afkomt, daar zweeg ze over.

In het TV-programma Buitenhof kwam ze vandaag haar verhaal nog eens toelichten, en nu noemde ze enkele cijfers. Het aantal werknemers waarvan nu door de overheid de salarissen worden betaald op grond van de NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) is 1,8 miljoen. Daarnaast is er door 300.000 zzpíers een beroep gedaan op steun door de gemeenten. Samen zijn dat 2,1 miljoen mensen waarvoor nu geen of onvoldoende werk is.

Met omzetverliezen tot 90% zijn faillissementen natuurlijk onvermijdelijk. Bij een faillissement worden standaard alle werknemers ontslagen.  

Eind februari, toen de coronacrisis nog moest beginnen, was de Nederlandse werkloosheid volgens het CBS gedaald tot 274.000 personen. Als van het aantal van 2,1 miljoen mensen waarvoor nu te weinig werk is, straks de helft daadwerkelijk werkloos wordt, neemt de werkloosheid plotseling toe met een factor 4,8 (van 274.000 naar 1.324.000).

Dit is wat er op ons afkomt: vůůr het einde van dit jaar staat de Nederlandse werkloosheid op 1 ŗ 1,5 miljoen personen. Dat is 4 ŗ 5 maal zoveel als in februari.

 

5 mei 2020: Bevrijdingsdag.

Genoeg is nu gezegd, over hoe onze autoriteiten op deze crisis hebben gereageerd. Tijd om de pagina om te slaan, en naar voren te kijken.

Deze website is gericht op de mensenrechten, dus hier stellen we de vraag: wat zullen de gevolgen van deze crisis zijn voor de mensenrechten?

De mensenrechten, dat gaat om veel meer dan vrijheid van meningsuiting, en vrijheid van godsdienst. Dat gaat ook om het recht op goed onderwijs, op een goede gezondheidszorg, op een zorgzame overheid, en op een fatsoenlijk systeem van sociale voorzieningen. Het gaat om mogelijkheden voor zelfontplooiing, en bescherming tegen rampspoed.

Veel van deze zaken kosten geld, en daar steekt het coronavirus nu een spaak in het wiel. Op dit moment zitten we nog in een fase van steeds verder oplopende economische kosten. Hoe hoog de rekening uiteindelijk zal worden, weet nog niemand, maar vast staat wel, dat deze rekening hoger wordt dan iemand van ons heeft meegemaakt. Dat betekent ook, dat het betalen van die rekening meer pijn zal gaan doen, dan iemand ooit heeft beleefd.

Dit wordt niet zomaar een paar jaartjes op de nullijn leven, dit wordt een serieuze stap terug: daling van netto inkomens door hogere belastingen, stijging van de kosten van levensonderhoud door een teruglopende globalisering, en verschraling van voorzieningen omdat de staatsschuld moet worden afbetaald. Verlaging, of zelfs afschaffing van de hypotheekrenteaftrek komt ook zeker in beeld.

Ook het bedrijfsleven zal zwaar moeten bezuinigen. Hier en daar wordt al geprobeerd om loonsverlagingen door te voeren, maar het zal vooral gaan om het versoberen van allerlei secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals vakantiedagen, vakantietoeslag, dagen voor bijzonder verlof en zorgverlof, werkgeversbijdragen voor pensioenpremie en scholing, reiskostenvergoeding, een lagere beloning voor overwerk etc.

Gevolg hiervan zal zijn, dat de hele maatschappij onder grote druk komt te staan. De optelsom van lagere netto inkomens, hogere kosten en minder voorzieningen zal enorme krachten gaan uitoefenen op het weefsel van de samenleving. Te verwachten valt, dat een deel van die spanningen een uitweg zal zoeken langs al bestaande breuklijnen. Dat zijn er in ieder geval drie:

 * arm tegenover rijk;
 
* jong tegenover oud;
 
* en laagopgeleid tegenover hoogopgeleid.

Deze tegenstellingen zullen scherper worden.

*********

Het verschil tussen arm en rijk zal toenemen, omdat rijk veel beter bestand is tegen economische tegenwind dan arm. Dat verschil zal niet alleen effect hebben op de gewone consumptie, maar ook op de toegang tot essentiŽle voorzieningen. De overheid zal immers flink moeten snoeien in haar uitgaven, op alle terreinen. Alleen de hogere inkomens zullen die klappen goed kunnen opvangen.

Het zal voor de overheid lastig worden om op de salarissen van het onderwijzend personeel te bezuinigen, maar men kan wel de klassen groter maken, en minder geld beschikbaar stellen voor leermiddelen. Dat soort verschralingen kunnen welgestelden wel opvangen (bijv. via privťonderwijs, of via dure bijlessen), maar anderen niet.

Het zal moeilijk zijn om te bezuinigen op de salarissen van verpleegkundigen, maar de subsidiŽring van verpleeghuizen kan best verlaagd worden. Wie zijn oude vader of moeder dat schrale regime wil besparen kan uitwijken naar een particulier tehuis Ė maar alleen als men daar de middelen voor heeft.

Ontvangers van Bijstand kunnen door de gemeente ook nu al verplicht worden tot het leveren van een ďtegenprestatie.Ē Die verplichting kan naar behoefte worden uitgebreid om in ieder geval een deel van de gevolgen van de bezuinigingen op te vangen. Bijstandstrekkers kunnen straks de plantsoenen gaan bijhouden, en de scholen en ziekenhuizen schoonhouden.

In de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) is tot nu toe een verplichting voor een tegenprestatie nog niet opgenomen, maar indertijd werd in de Memorie van Toelichting wel daarnaar gehint. Dit zou nu mooi ingevoerd kunnen worden, als ďflankerend beleidĒ bij verdergaande bezuinigingen op de gehandicaptenzorg en de thuiszorg. Wie een rolstoel of een scootmobiel wil, moet dan bij eenzame ouderen op bezoek. Wie hulp in de huishouding wil, moet boodschappen gaan doen voor iemand die de deur niet uitkan. 
En verder zal veel worden overgelaten aan de ďzorgzame samenleving.Ē

Maar wie voldoende middelen heeft om zelf een rolstoel, een scootmobiel of een werkster te bekostigen, zal hier natuurlijk geen last van hebben.

Dit alles zal bij de armeren leiden tot diepe frustratie.

*********

De breuklijn tussen jong en oud is er nu vooral een van inkomen: de ďboomersĒ worden gezien als profiteurs die goed voor zichzelf gezorgd hebben, ten koste van de jongeren. Dat klopt niet, maar beelden zijn sterker dan argumenten.

Door de coronacrisis komt daar een totaal nieuw element bij: het beeld dat de economische schade Ė voor met name de jongeren Ė is ontstaan omdat de ouderen beschermd moesten worden. De economische ellende is dus de schuld van de ouderen. Dat klopt niet, maar zo werkt het mechanisme van de zondebok.

Hoe dit verder uitwerkt? Het zal in ieder geval leiden tot discussies over pensioenpremie, pensioenleeftijd, de hoogte van de AOW, en belastingfaciliteiten voor ouderen. Voor de rest durf ik er niet over te speculeren.

*********

De tegenstelling tussen hoog- en laagopgeleiden zal scherper worden, omdat de gelederen van de laagopgeleiden sneller zullen groeien dan die van de hoogopgeleiden.

Dit komt voor een deel doordat de sociaal zwakkeren onder de basisschoolleerlingen de laatste maanden taal- en leerachterstanden hebben opgelopen door het gedwongen thuiszitten. Thuisonderwijs is voor hen een illusie gebleken, en een deel van de ontstane achterstanden kan waarschijnlijk niet worden ingelopen. Dit leidt op termijn tot een groei van het aantal kansarmen.

Voor een ander deel komt het door de gevolgen van de te verwachten verschraling van het onderwijsbudget, waar hierboven al naar verwezen is Ė gevolgen die alleen voor de beter gesitueerden financieel zijn op te vangen. Onder de minder gelukkigen zal er meer schooluitval zijn, met als gevolg een lager gemiddeld opleidingsniveau.

Meer laagopgeleiden betekent meer kansarmen. Het betekent ook meer achterstandswijken, meer sociaal isolement, meer kleine criminaliteit. En het betekent een grotere visvijver voor charlatans, oplichters, radicalen en populisten.

Laagopgeleiden zullen andere conclusies trekken uit de crisis dan hoogopgeleiden. Ze zullen anders denken, zowel over de oorzaken als de gevolgen van de crisis. In het debat zullen deze groepen elkaar niet vinden, wat zal leiden tot wederzijdse wrok en afwijzing.

*********

Normaal gesproken passen de mensenrechten in elkaar als een fijn raderwerk: een raderwerk dat zorgt voor een steeds verder toenemende, vredelievende ontwikkeling. Helaas grijpt het net zo keurig in elkaar tijdens een crisis, wanneer alles uit elkaar valt.

 

Archief: april 2020

Archief: maart 2020

Terug naar home page