De mensenrechten: rechten (en plichten) voor jou en mij


3.6. Problemen met de Staat

Voor het beschermen van de mensenrechten kan de wet dus niet gemist worden. Omdat alleen de Staat wetten kan maken en handhaven, is de Staat zelf daar dus ook onmisbaar voor. Dat betekent dat de Staat bij veel problemen rond de mensenrechten een onderdeel van de oplossing is. Maar dat is niet altijd zo: de Staat kan ook een onderdeel van het probleem zijn.

We moeten hier wel onderscheid maken tussen volwaardige democratieën enerzijds, en minder vrije of onvrije Staten anderzijds. In een democratische rechtsstaat is sprake van tenminste een welwillende houding t.o.v. de mensenrechten, maar in onvrije Staten is bij de overheid sprake van kwade wil. 

Op grond van de mensenrechtenverdragen  dienen Staten hun burgers vrije verkiezingen, vrijheid van vergadering en vereniging, en vrijheid van meningsuiting te garanderen. Ze moeten een vrije pers, en onafhankelijke vakbonden toestaan. Ze moeten de privacy van hun burgers, en de rechten van verdachten respecteren. Ze moeten zorgen voor behoorlijk bestuur, en voor een onafhankelijke rechtspraak. In een onvrije Staat zijn dit allemaal rechtstreekse bedreigingen voor het voortbestaan van het regime. Daarom zal de overheid in een onvrije Staat deze zaken niet toestaan. 

Niettemin kan ook in een democratische rechtsstaat de overheid problemen veroorzaken voor de mensenrechten.

De overheid dient vaak meerdere belangen, en er moeten dus heel vaak afwegingen gemaakt worden tussen die belangen. Het belang van de mensenrechten heeft daarbij één zwakke kant: het is niet direct kwantificeerbaar. Zolang de omstandigheden gunstig zijn, hoeft dat geen problemen op te leveren, maar bij een tegenvallende economie, een oplopend begrotingstekort, maatschappelijke spanningen,of electorale tegenslagen, kan de positie van de mensenrechten onder druk komen te staan. Dan kunnen, bij de keuzes die de overheid moet maken, soms de mensenrechten toch het onderspit delven.

Een aantal voorbeelden:

·       De overheid moet de burger vrijheid van meningsuiting garanderen, maar ook de openbare orde bewaren. Als de burger een mening wil uiten die op grote weerstand stuit bij andere burgers (denk aan het Zwarte Piet debat, of aan een Pegida demonstratie), dan kan dat leiden tot ordeverstoringen. Dan kan het voor de overheid verleidelijk zijn om een demonstratie te verbieden, om rellen te voorkomen. Toch moet de overheid het recht van de burger om zijn mening te uiten beschermen, ook wanneer die mening grote weerstand oproept bij andere burgers.

·       De overheid moet criminelen veroordelen en opsluiten. Maar de overheid moet ook de rechten van verdachten beschermen. Voor dat laatste moet aan hen die dat niet zelf kunnen betalen een gratis advocaat worden toegewezen. Dat kost niet alleen veel geld, maar kan ook een snelle afdoening van zaken in de weg staan. Dan wordt een bezuiniging op de kosten van gratis rechtsbijstand erg aantrekkelijk.

·       De overheid moet er voor zorgen dat gehandicapten vrij en zelfstandig kunnen gaan en staan waar zij willen, ook met het openbaar vervoer. Dus zullen treinen en bussen moeten worden aangepast voor rolstoelen. Maar dat kost wel veel geld. Misschien moeten we de uitvoering hiervan maar tien of twintig jaar naar de toekomst schuiven.[1]

·       De bezetting van politie en justitie heeft te lijden gehad van bezuinigingen. Daardoor kan het meer tijd kosten om een zaak tegen een verdachte rond te krijgen. Dus worden verdachten soms meerdere jaren in voorarrest gehouden, ook al is dat in strijd met de mensenrechtenverdragen.

·       Een regeringspartij dreigt stemmen te verliezen aan een oppositiepartij die een harde opstelling kiest tegenover asielzoekers. De regering reageert daarop door gemeenten te verbieden uitgeprocedeerde asielzoekers onderdak te verlenen – ook al betekent dit een schending van de mensenrechten. Zo neemt een middenpartij dan een extremere partij “de wind uit de zeilen” door zelf de agenda van die extremere partij uit te gaan voeren.

Deze voorbeelden komen allemaal uit de Nederlandse praktijk, en Nederland is een democratische rechtsstaat.

Dit laat dus zien, dat ook een democratische rechtsstaat soms in gebreke blijft bij het beschermen van de mensenrechten. Daarom is een onafhankelijke mensenrechtenbeweging hoognodig. Organisaties van particulier initiatief, zoals Amnesty International, Human Rights Watch, Artsen Zonder Grenzen, maar ook journalisten, moeten de overheid zo nodig bij de les houden.


[1] Het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer is in 2011 vastgesteld. Daarin was opgenomen dat de treinen per 1 januari 2030 aangepast zouden moeten zijn.


Vorige
                                                                                           Volgende

Terug naar inhoudsopgave